Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.

27. Dan nu de vraag of het Hof zijn oordeel dat de BAWR-gegevens voldoende betrouwbaar waren om voor het bewijs te bezigen, nader had moeten verantwoorden. Vooropgesteld moet worden dat het aan de feitenrechter is voorbehouden om van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht (HR 1 april 2003, NJ 2003, 553 r.o. 3.3). Slechts in bijzonder gevallen verlangt het gebruik van bepaalde bewijsmiddelen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 37459 tot 38052.