Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.

40. De tegenwerping zou kunnen zijn dat het voorschrift van art. 344 lid 1 onder 5 Sv dan simpel kan worden omzeild door het geschrift als bijlage bij het proces-verbaal te voegen. Ik merk op dat het gestelde alleen geldt indien en voorzover de opneming van de bijlage als een weergave van de eigen waarneming van de verbalisant kan worden beschouwd. Er zijn wellicht gevallen waarin dat niet het geval is. Ik merk voorts op dat de Hoge Raad weliswaar niet eist dat de oorsprong en herkomst van het andere geschrift uit andere bewijsmiddelen blijkt, maar dat dit niet uitsluit dat het vereiste verband met andere bewijsmiddelen in concrete gevallen (mede) gelegen kan zijn in het feit dat daaruit de herkomst van het geschrift blijkt. Welnu, als het geschrift als bijlage bij het proces-verbaal is gevoegd, zal er in de regel geen enkele onduidelijkheid bestaan over de oorsprong en herkomst van dat geschrift. Aan de ratio van art. 344 lid 1 onder 5 Sv wordt zogezien niet tekort gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 44742 tot 45744.