Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2639.

10) Ik zal niettemin de klachten bespreken die het middel richt tegen het door mij als "alternatief" dragende deel van het arrest aangemerkte causaliteits-oordeel. Ik vind die klachten niet aannemelijk. Het gaat dan om de klachten van middelonderdeel 6. In dat onderdeel wordt verdedigd dat voor de leer zoals die blijkt uit de arresten HR 7 december 2001, NJ 2002, 576 (Gem. Leeuwarden/[...]) en HR 23 juni 1989, NJ 1990, 441 (Kennis/Gem. Budel), niet het tijdstip waarop de relevante schade wordt geleden bepalend is, maar het tijdstip waarop die schade wordt veroorzaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/888d480146b4ae2f70d679281ee6a1473ae59be62a360477829d8f0f2653577b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 888d480146b4ae2f70d679281ee6a1473ae59be62a360477829d8f0f2653577b, en de alinea staat in dat document op bytes 13285 tot 13872.