Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.
2.2. De door het middel aan de Hoge Raad voorgelegde rechtsvraag betreft een oud probleem. Sinds de invoering van het Wetboek van Strafvordering(2) bestaat de mogelijkheid dat de partij die benadeeld is door een strafbaar feit zich in de strafprocedure voegt met een vordering tegen de verdachte tot schadevergoeding naar burgerlijk recht. Deze voegingsmogelijkheid was aanvankelijk beperkt tot een zeker bedrag(3). Art. 337 (oud) Sv bepaalde dat de vordering alleen ontvankelijk zal zijn indien aan de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd. De voegingsprocedure werd beheerst door de regels van het Wetboek van Strafvordering; zo kon de benadeelde partij (toen nog geheten: `beledigde partij') zelf geen getuigen of deskundigen aanbrengen (art. 334 (oud) Sv). De rechtbank kon de vordering toewijzen dan wel geheel of gedeeltelijk ontzeggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 11483 tot 12351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5 | shasum -a 256