Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.
2.3. Enkele jaren na de invoering van het wetboek besliste de kantonrechter te Arnhem, in een geval waarin de strafrechter de vordering van de beledigde partij had ontzegd bij gebreke van bewijs van de schade, dat het aan de eiser vrijstond de gedaagde voor de burgerlijke rechter opnieuw in rechte aan te spreken tot vergoeding van de schade, geleden terzake van dezelfde aanrijding als waarvoor de gedaagde strafrechtelijk was veroordeeld; de gedaagde kon zich niet op het gezag van gewijsde beroepen(4). In HR 20 oktober 1941, NJ 1942, 59, werd beslist dat het voor de beledigde partij niet mogelijk is zijn vordering te splitsen, door in de strafprocedure tot het wettelijk maximum van f 150,- een vordering in te dienen en zich het recht voor te behouden om het restant langs andere weg in te vorderen. In de vakliteratuur nadien is aangenomen dat een beledigde partij wier vordering door de strafrechter is ontzegd dezelfde vordering niet opnieuw bij de burgerlijke rechter kan instellen(5). Daarbij is ook verwezen naar het arrest van 20 oktober 1941. Het hoofdargument is echter de onverenigbaarheid van rechterlijke gewijsden die zou ontstaan wanneer de burgerlijke rechter een vordering zou toewijzen welke eerder door de strafrechter was ontzegd: res iudicata est.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 12371 tot 13659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5 | shasum -a 256