Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.

2.5. De wetgever heeft het voorstel van de Commissie-Terwee overgenomen in de wet van 23 december 1992, Stb. 1993, 29 (Wet Terwee). De voor deze zaak relevante bepalingen zijn art. 51a en art. 361 Sv. In art. 51a lid 1 Sv is bepaald dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kan voegen in het strafproces. Het tweede lid geeft een bijzondere bepaling voor gevallen waarin het slachtoffer ten gevolge van het strafbare feit is overleden. In dat geval kunnen zich in het strafproces voegen: diens erfgenamen terzake van hun onder algemene titel verkregen vordering en de personen, bedoeld in art. 6:108, eerste en tweede lid, BW ter zake van de daar bedoelde vorderingen. Art. 361 lid 2 Sv houdt in dat de benadeelde partij alleen in haar vordering ontvankelijk is indien aan de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd(7) dan wel in geval van toepassing van art. 9a Sr (schuldigverklaring zonder toepassing van straf) en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit. Het derde lid van art. 361 Sv bepaalt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 14678 tot 15858.