Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.
Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Terwee is gewezen op de lacune die dit stelsel laat bestaan wanneer de vordering van de benadeelde partij weliswaar ontvankelijk is geacht maar op inhoudelijke gronden is afgewezen, terwijl noch de verdachte noch de officier van justitie hoger beroep tegen het strafvonnis instelt. In dat geval zou, uitgaande van de redenering in de memorie van toelichting, de benadeelde partij niet meer met haar vordering tot schadevergoeding bij de burgerlijke rechter terecht kunnen: er is immers bij gewijsde over die vordering beslist. Om deze lacune op te vullen heeft de wetgever een bijzondere vorm van hoger beroep opengesteld tegen het vonnis van de strafrechter met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij(10). Dit is geregeld in art. 421 lid 4 Sv, waarvan de eerste zin luidt: "Indien geen hoger beroep is ingesteld, kan de benadeelde partij tegen het deel van het vonnis waarbij haar vordering is afgewezen, tegen deze afwijzing in hoger beroep komen bij de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof." Een dergelijk hoger beroep wordt afgewikkeld overeenkomstig de procedureregels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering(11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 18204 tot 19422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5 | shasum -a 256