Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.

2.8. In het onderhavige geval heeft eiser zich als benadeelde partij in de strafzaak gevoegd. Dat eiser, blijkens de vaststelling in het vonnis, zich daarbij heeft gepresenteerd als executeur-testamentair hangt, naar ik veronderstel, ermee samen dat een executeur-testamentair tot taak heeft de goederen van de nalatenschap te beheren voor zover de erflater niet anders heeft beschikt. Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt de executeur-testamentair bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte(12). Omdat het slachtoffer was omgekomen als gevolg van het strafbare feit, waren de erfgenamen als haar rechtsopvolgers onder algemene titel op de voet van art. 51a lid 2 Sv bevoegd zich als benadeelde partij in het strafproces te voegen. Daarnaast kon eiser zich als benadeelde partij in het strafproces voegen ter zake van de gemaakte kosten van de lijkbezorging (zie art. 51a lid 2 Sv in verbinding met art. 6:108 lid 2 BW)(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 19460 tot 20422.