Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2654.
2.9. Ik keer terug naar het cassatiemiddel. Ook al wordt de vordering van de benadeelde partij ingesteld in het strafproces, het blijft materieel een vordering naar burgerlijk recht, gebaseerd op een door de verdachte begane onrechtmatige daad. Toen deze vordering door de strafkamer van de rechtbank gedeeltelijk werd afgewezen en de verdachte noch de officier van justitie hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis van de strafkamer, had eiser de mogelijkheid op de voet van art. 421 lid 4 Sv hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof. Eiser heeft die mogelijkheid niet benut. Daarmee werd de afwijzing van de vordering ten opzichte van eiser onherroepelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5, en de alinea staat in dat document op bytes 20442 tot 21122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ccfe6cde767820da9e43f88c1e93e72af188c3c45e042f3cd036f7f9903bba5 | shasum -a 256