Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2006

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV2923.

10.8. Verwijzing moet dus volgen voor feitelijk onderzoek en een beslissing over eventuele verdere matiging van de boete. De feitenrechter zal moeten vaststellen welke de dies a quo was van de redelijke termijn van berechting van de belanghebbende. Die dag ligt mijns inziens niet later dan het moment waarop aan belanghebbendes vennoot de telastelegging ter zake van de premiefraude werd uitgereikt, en wellicht eerder, zodat het Hof de termijn van berechting te laat heeft doen ingaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fffecc24dead1af03d3a4c9f0114ce79e8bbefe08a35e9cd9264c9db0de3d98e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fffecc24dead1af03d3a4c9f0114ce79e8bbefe08a35e9cd9264c9db0de3d98e, en de alinea staat in dat document op bytes 57390 tot 57890.