Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3373.

2.14 Aan zijn beroep op berusting heeft de man primair ten grondslag gelegd dat de vrouw, bij monde van [zoon 1] in diens telefoongesprek van 29 september 2004 met de man, heeft verzocht om met een oplossing in der minne in te stemmen waarin de man niet zou overgaan tot executie van het arrest. Onderdeel van een eventueel te sluiten vaststellingsovereenkomst was dat de vrouw geen cassatieberoep zou instellen. Ten bewijze van zijn stelling heeft de man twee schriftelijke verklaringen omtrent de inhoud van het bewuste telefoongesprek overgelegd(25).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4, en de alinea staat in dat document op bytes 30707 tot 31273.