Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3373.

2.19 Het bewuste telefoongesprek had volgens de vrouw slechts tot doel te ontkomen aan de korte ontruimingstermijn die de vrouw krachtens het arrest was gegeven. Haar overige gedragingen, zoals de ondertekening van het huurcontract en het bewijs van eigendom, zijn volgens de vrouw ingegeven door het feit dat zij vanwege het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde arrest van het hof verplicht was haar medewerking aan de tenuitvoerlegging van het arrest te verlenen en omdat zij haar advocaat niet meer om raad kon vragen. Uit die gedragingen kan echter, zo stelt de vrouw, geenszins worden afgeleid dat zij blijk heeft gegeven van een op berusting gerichte wilsverklaring, althans niet van een ondubbelzinnig kenbaar gemaakte wilsverklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4, en de alinea staat in dat document op bytes 34780 tot 35533.