Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3373.

2.20 De tussen partijen getroffen regeling, zoals die is neergelegd in de faxbrief van mr. Plaisier van 11 oktober 2004 en de daarop door mr. Smit in diens brief van 20 oktober 2004 aangebrachte toevoeging van finale kwijting, is m.i. van dien aard en omvang dat gezegd kan worden dat deze geheel in de plaats is getreden van de door het hof uitgesproken veroordeling van de vrouw, zodat reeds op die grond kan worden geoordeeld dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep bij gebrek aan (enig) belang bij dat beroep(26).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4, en de alinea staat in dat document op bytes 35613 tot 36160.