Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3373.
2.27 Overigens ben ik van mening - desgewenst in een nadere conclusie uiteengezet - dat de man tot bewijslevering van zijn stellingen met betrekking tot berusting van de vrouw dient te worden toegelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4, en de alinea staat in dat document op bytes 39206 tot 39422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4 | shasum -a 256