Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3373.
2.10 Nu wordt gesteld dat de vrouw in het bestreden arrest heeft berust, doet zich hier het bijzondere geval voor dat de Hoge Raad zelf als feitenrechter de daartoe gestelde feiten en omstandigheden onderzoekt. Daarbij gaat het om de vraag of ontwikkelingen die zich na de bestreden uitspraak hebben voorgedaan, aan de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in de weg staan en is art. 419 Rv. niet van toepassing(19).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4, en de alinea staat in dat document op bytes 22469 tot 22901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb4fa022dfe33e318615a1273840babf99d0067bea5f046a56a7362ae5ef6dd4 | shasum -a 256