Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Alinea 133 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3384.
4.25. Dit is ook logisch tegen de achtergrond van de uitsluitingsbepaling van artikel 3 lid 1 sub e. Over de ratio van die uitsluiting valt geen gezaghebbender bron te citeren dan het HvJEG zelf, in zijn arrest van 18 juni 2002 in de zaak Philips/Remington(15). Weliswaar ging het in het dispuut tussen deze scheerapparatenfabrikanten om de deelgrond van art. 3 lid 1 sub e, tweede streepje: 'de vorm van de waar die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen', maar dat weerhield het Hof er niet van om zich uit te laten over de gronden art. 3 lid 1 sub e in het algemeen, dus óók 'de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad, en de alinea staat in dat document op bytes 48566 tot 49232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad | shasum -a 256