Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3384.

'51. Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of grootschalig gebruik van een teken bestaande in de vorm van bepaalde waren, kan volstaan om dit teken onderscheidend vermogen te verlenen in de zin van artikel 3, lid 3, van de richtlijn, wanneer een onderneming als enige deze waren op de markt brengt en als gevolg van dit gebruik een aanmerkelijk deel van de betrokken kringen de vorm enkel met die onderneming associeert, met uitsluiting van iedere andere onderneming, of, bij gebreke van een andersluidende vermelding, meent dat waren met deze vorm van die onderneming afkomstig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad, en de alinea staat in dat document op bytes 49509 tot 50141.