Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3384.
Dit neemt niet weg dat dit (door partijen nauwelijks en het hof niet belichte) arrest en de samenhang tussen art. 3 lid 1 en 3 lid 3 van de Richtlijn (en met name de uitsluiting door art. 3 lid 3 van inburgering tot geldig merk in geval van ondeugdelijkheid op grond van art. 3 lid 1 sub e) bij de beoordeling van middel V het nodige gewicht toekomt, nu het middel - in lijn met die rechtspraak en regelgeving - aanvoert dat de BMW aldus moet worden uitgelegd dat aan inburgering na introductie geen betekenis mag worden gehecht, althans niet zonder nadere motivering. De Richtlijn en het arrest Philips/Remington vormen aanvullende - en overigens waarschijnlijk betere - argumenten voor de door het middel verdedigde rechtsopvatting. De gebondenheid van de Hoge Raad aan de cassatiemiddelen (art. 419 lid 1 Rv) gaat niet zo ver dat hij ook gebonden is aan de argumentatie die het middel voor een bepaalde rechtsopvatting geeft.(17) Aanvulling van de rechtsgronden ten gunste van de eiser in cassatie is daarom m.i. in dit geval toegestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad, en de alinea staat in dat document op bytes 56373 tot 57427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad | shasum -a 256