Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Alinea 172 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3384.
's Hofs hier bedoelde overwegingen kunnen niet, althans niet zonder nadere motivering die ontbreekt, redengevend zijn voor het oordeel dat artikel 1, tweede lid BMW - door het hof (terecht) alleen van toepassing geacht op 'tekens die uitsluitend bestaan uit de vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft' - in casu al dan niet van toepassing is. Voor de vraag of dát 'uitsluitend bestaan' zich wel of niet voordoet, is 'het verkrijgen van onderscheidend vermogen, als gevolg van het ervan gemaakte gebruik' (vóór of na de inschrijvingsdatum; vgl. art. 3 lid 3 MRl.) immers irrelevant. Blijkens rov. 57 van het Philips/Remington-arrest is die vraag immers een vóórvraag, die voorafgaat aan de vraag of een (net) niet door art. 3 lid 1 sub e MRl. uitgesloten teken, door inburgering in de zin van art. 3 lid 3 onderscheidende kracht in de zin van art, 3 lid 1 MRl. kan verwerven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad, en de alinea staat in dat document op bytes 65326 tot 66228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad | shasum -a 256