Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3384.

4.49. Naar ik meen stuit het middel - wat daar verder van zij - in zijn beide onderdelen af op het vorenstaande. Het middel gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting; bij beoordeling van de specifieke klachten heeft Benetton dus geen belang. Uit het geciteerde arrest van het Benelux-Gerechtshof volgt (i) dat het voor de toepassing van art. 4 onder 6 BMW niet terzake doet of Benetton zich beroepen zou hebben op kwade trouw van G-Star in de zin van art. 4 onder 6, a dan wel in de zin van art. 4 onder 6, aanhef; en (ii) dat het evenmin terzake doet of G-Star het depot van het kniestuk-vormmerk al dan niet reeds bestaande rechten heeft willen bevestigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cd36d370ba60c95bc8f4024483521acdc4ac0df20baa633a210c06864f116ad, en de alinea staat in dat document op bytes 80731 tot 81403.