Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3385.
4.29. Het feit dat bepaalde verdenkingen ten tijde van de publicatie geen of onvoldoende steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal brengt niet automatisch mee dat de publicatie onrechtmatig geoordeeld dient te worden(22). Dit volgt uit rov. 3.4 van het vaker genoemde Gemeenteraadslid-arrest: bij de vraag of degene die de uiting heeft gedaan in strijd heeft gehandeld met de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid staan immers de meer genoemde hoogwaardige belangen tegenover elkaar. Een negatief oordeel over de omstandigheid (omstandigheid c in rov. 3.4) bestaande in 'de mate waarin ten tijde van de publikatie de verdenking steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal' is een mee te wegen omstandigheid, maar daarmee nog geen op zichzelf doorslaggevende omstandigheid om onrechtmatigheid aan te nemen. Schuijt(23) legt een verband met art. 261 lid 3 WvS: 'Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voorzover de dader (...) te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te laste gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastelegging eiste.'
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006, en de alinea staat in dat document op bytes 45677 tot 46775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006 | shasum -a 256