Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3385.
De stand van dit leerstuk is - niet verbazend - dat de feitenrechter hierbij een grote vrijheid heeft(27). Hij heeft in ieder geval de vrijheid om bij een buitengerechtelijke toezegging, die niet gepaard gaat met een gelijktijdige erkenning van onrechtmatigheid en/of het aanvaarden van een boetebeding, op verlangen van de aanlegger tóch een verbod of bevel op te leggen. Wat hiervan zij(28), indien de rechter oordeelt dat de aanlegger ondanks de buitengerechtelijke toezegging zonder de erkenning van gehoudenheid (en/of het boetebeding) toch aanspraak heeft op een (met een dwangsom versterkt) verbod of bevel, zal de rechter logischerwijs toch in ieder geval een oordeel moeten geven over de - door de gedaagde juist ontkende - onrechtmatigheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006, en de alinea staat in dat document op bytes 52960 tot 53725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006 | shasum -a 256