Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3385.
4.16. Ik stel voorop dat de aard van de procedure in kort geding met zich meebrengt dat voor uitspraken in kort geding in beginsel minder strenge motiveringseisen gelden(11). Dit houdt verband met het voorlopige karakter van de beslissingen en met de door de rechter te betrachten spoed(12). Niettemin gelden ook in kort geding de grondbeginselen van een goede procesorde. Deze brengen onder meer met zich mee dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Hoever deze motiveringsplicht gaat, hangt af van de omstandigheden van het geval(13). Het gaat dus in wezen om de vraag of het met deze klacht bestreden oordeel van de rechter voldoende begrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006, en de alinea staat in dat document op bytes 34041 tot 34918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b682e985db9577d61d445d14863d9b4fb2698212a225976a06a62ea03ddc9006 | shasum -a 256