Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2006
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV3387.
12. De moeder heeft in haar verzoekschrift tot cassatie met een beroep op HR 28 november 2003, NJ 2005, 465 nt. DA betoogd dat zij niettemin in haar cassatieberoep behoort te worden ontvangen. Zij heeft daartoe het volgende gesteld. De beroepen beschikkingen zijn eerst op vrijdag 25 november 2005 door de griffie van het hof aan de procureur van de moeder verzonden en derhalve pas op maandag 28 november 2005 door die procureur ontvangen. Dit bracht met zich dat de moeder en haar raadsman eerst op dinsdag 29 november 2005 van de beschikkingen op de hoogte zijn gebracht, zodat er nog maar twee dagen resteerden voordat de cassatietermijn verstreek. Ingevolge de genoemde uitspraak van de Hoge Raad moet volgens de moeder aangenomen worden dat in dit geval de cassatietermijn is verlengd met een termijn van veertien dagen na de dag van verzending van de beschikkingen, hetgeen betekent dat de verlengde termijn op 28 november 2005 is aangevangen en op maandag 12 december 2005 verstreek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08d29d23495a2c7ab45714aa16992befa5df5eb22dfa605593eb6a35ce0ec171. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08d29d23495a2c7ab45714aa16992befa5df5eb22dfa605593eb6a35ce0ec171, en de alinea staat in dat document op bytes 13548 tot 14553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08d29d23495a2c7ab45714aa16992befa5df5eb22dfa605593eb6a35ce0ec171 | shasum -a 256