Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2006
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4191.
17. Namens verdachte is op 30 november 2004 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 15 september 2005 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat betekent dat er tussen het instellen van het beroep in cassatie en de binnenkomst van de stukken meer dan de in HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721 m.nt. JdH, rov. 3.3 bedoelde maximale termijn van acht maanden is verstreken. In zoverre is de klacht terecht voorgesteld. Nu de Hoge Raad bij een uitspraakdatum vóór 30 maart 2006 de zaak binnen zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep kan afdoen, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan, wat betreft de totale duur van de berechting in cassatie, (voorshands) niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75a96fcfb4cedd20cafdb67bfc470d453cc635f8c852ce8825e9f939f82165ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75a96fcfb4cedd20cafdb67bfc470d453cc635f8c852ce8825e9f939f82165ca, en de alinea staat in dat document op bytes 13603 tot 14475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75a96fcfb4cedd20cafdb67bfc470d453cc635f8c852ce8825e9f939f82165ca | shasum -a 256