Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4484.

2.3. De beide middelonderdelen, in samenhang gelezen, hebben kennelijk op het oog dat het hof de bewindvoerder in zijn verzoek niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat deze niet `belanghebbende' was in de zin van art. 358a lid 1 Fw. Een grief van die strekking lag echter niet besloten in het beroepschrift (onder 5). Om deze reden falen de beide onderdelen. De vraag die in het beroepschrift onder 5 wel aan de orde is gesteld, te weten of het hof de beslissing in de strafzaak had behoren af te wachten, komt afzonderlijk aan de orde in onderdeel 5.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6, en de alinea staat in dat document op bytes 10162 tot 10730.