Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4484.

2.7. Art. 6 lid 2 EVRM bepaalt dat een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. De procedure waarin deze schuld wordt vastgesteld dient te voldoen aan de eisen die de overige leden van artikel 6 EVRM daaraan stellen. Voor zover van belang voor dit geschil, brengt de onschuldpresumptie mee dat een overheidsinstantie, en ook de burgerlijke rechter, voorzichtig moet zijn met de vaststelling (of met het suggereren dat vaststaat) dat de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd, zolang dit niet is vastgesteld in de daarvoor bestemde (strafrechtelijke) procedure(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6, en de alinea staat in dat document op bytes 13575 tot 14244.