Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4484.

2.9. Volgens onderdeel 3.6 heeft het hof miskend dat het, bij een beoordeling in het kader van art. 358a Fw, moet gaan om opzet, in pregnante vorm. Het onderdeel herhaalt dat het oordeel van de strafrechter moet worden afgewacht. Het komt mij voor dat in dit middelonderdeel twee zaken door elkaar worden gehaald. Het hof heeft, zoals gezegd, zich niet uitgesproken over de vraag of de schuldenaar zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6, en de alinea staat in dat document op bytes 16110 tot 16573.