Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4484.

'Indien een natuurlijke persoon ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is, tot de boedel behorende inkomsten of andere goederen tegenover de bewindvoerder verzwijgt of deze anderszins door een verkeerde voorstelling van zaken feitelijk buiten de boedel weet te houden of daaraan weet te onttrekken, betekent dat een benadeling van de schuldeisers ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling werkt. Deze verzwegen activa kunnen alsdan immers niet bij een eventuele uitdeling aan de schuldeisers betrokken worden. Eindigt vervolgens de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in artikel 356, tweede lid, dan kan het een en ander tevens tot gevolg hebben dat een groter gedeelte van de vorderingen van de schuldeisers als natuurlijke verbintenis zal resteren. Zou van een handelwijze van de schuldenaar als hierboven bedoeld blijken tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan levert dat een grond op voor de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling (artikel 350, derde lid, onder e). In dat geval mist artikel 358, eerste lid, toepassing en blijft derhalve het rechtsgevolg dat de overblijvende vorderingen niet langer afdwingbaar zijn achterwege. Het onderhavige artikel 358a geeft een aanvullende regeling voor het geval van een handelen, nalaten of verzwijgen en dergelijke door de schuldenaar pas blijkt na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dfdcaab58ea24c101a8ab062a996e6cf3aaf94b8ccfe0fd1775f94679b455a6, en de alinea staat in dat document op bytes 17757 tot 19233.