Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4487.
2.17. In rov. 4.4.1 heeft het hof voorop gesteld dat de schuldenaar zijn nevenactiviteiten in het schuldsaneringstijdvak had moeten opgeven aan de bewindvoerder. Het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche is door het hof gebruikt als bewijsmiddel voor die activiteiten. Dit stond het hof vrij, ongeacht het antwoord op de vraag wat de werkgeefster heeft bewogen om Hoffmann Bedrijfsrecherche in te schakelen. De redengeving is niet onbegrijpelijk en kan het oordeel dragen dat de schuldenaar niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen. Aan de beslissing van het hof - anders dan wellicht aan die van de werkgever - ligt niet ten grondslag dat de schuldenaar nevenwerkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de onderneming van zijn vriendin, maar dat hij zijn nevenwerkzaamheden niet heeft opgegeven aan de bewindvoerder. De motiveringsklacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ccf703c22a57859b727173e82babc2739112f80344cab0566fa43f424d4ea86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ccf703c22a57859b727173e82babc2739112f80344cab0566fa43f424d4ea86, en de alinea staat in dat document op bytes 21368 tot 22230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ccf703c22a57859b727173e82babc2739112f80344cab0566fa43f424d4ea86 | shasum -a 256