Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2006

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV4834.

20. Dat brengt mij op een tweede reden voor heroverweging van de bedoelde strikte regel. De ontwikkeling naar een voortbouwend appel maakt deel uit van een bredere rechtsontwikkeling waarin het contradictoire karakter van het strafproces steeds sterker wordt benadrukt. Dat heeft meegebracht dat de opstelling van de procesdeelnemers - waaronder in het bijzonder die van de verdediging - in sterke mate bepalend is voor het verloop van het strafproces.(8) Of een bepaalde getuige ter zitting gehoord moet worden is aldus afhankelijk geworden van het verdedigingsbelang zoals dat door of namens de verdachte wordt gepresenteerd, van de opstelling van het openbaar ministerie en van wat de rechter voor zijn oordeelsvorming nodig acht. Dwingende regels, die precies voorschrijven in welke gevallen de rechter bepaalde getuigen wel of niet moet horen, passen daarbij weer minder goed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc3ecaf64a33b3969d17759c38c86ec3b7230fc2500fa0ffcb58980e10e5c874. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc3ecaf64a33b3969d17759c38c86ec3b7230fc2500fa0ffcb58980e10e5c874, en de alinea staat in dat document op bytes 31097 tot 31991.