Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2006
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV6130.
3.5 Vooropgesteld dient te worden dat de raadsman die ter terechtzitting niet uitdrukkelijk verklaart dat hij door de aldaar niet verschenen verdachte bepaaldelijk is gemachtigd tot het voeren van de verdediging, geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoeken om aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld.(2) Het ter terechtzitting gedane verzoek om aanhouding van de behandeling valt niet binnen deze grenzen. Met de verwijzing naar het feit dat mr. Mantz niet uitdrukkelijk gemachtigd was het woord te voeren en de vermelding van de door mr. Mantz opgegeven reden voor het verzoek om aanhouding heeft het hof dit tot uitdrukking gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8234dd6719c50776939d6e9782d97b94c4c8abf8ebf73a96893ed07f7b03e765. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8234dd6719c50776939d6e9782d97b94c4c8abf8ebf73a96893ed07f7b03e765, en de alinea staat in dat document op bytes 9052 tot 9997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8234dd6719c50776939d6e9782d97b94c4c8abf8ebf73a96893ed07f7b03e765 | shasum -a 256