Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV6967.
2.28. Anders dan enkele genoemde buitenlandse wettelijke bepalingen, verlangt de rechtspraak van de Hoge Raad niet dat de gewezen verdachte zijn onschuld in de civiele procedure bewijst of aannemelijk maakt. Het enige wat de gewezen verdachte behoeft te doen, is het overleggen aan de burgerlijke rechter van de einduitspraak of de stukken van het strafrechtelijk onderzoek waarin zijn onschuld is vastgesteld. Kan hij dat niet, omdat zo'n uitspraak er niet is en zulke stukken er niet zijn, dan is hij voor het verkrijgen van schadevergoeding aangewezen op de wettelijke regelingen waarmee een vergoeding van schade ten gevolge van een rechtmatige overheidsdaad kan worden verkregen, in casu de regeling van art. 591 en 591a Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89eaba6c1aaa025ae4dd4e6cd7d56c77b5e02eefec324d4cc15bf2ce86eb1f26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89eaba6c1aaa025ae4dd4e6cd7d56c77b5e02eefec324d4cc15bf2ce86eb1f26, en de alinea staat in dat document op bytes 43791 tot 44534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/89eaba6c1aaa025ae4dd4e6cd7d56c77b5e02eefec324d4cc15bf2ce86eb1f26 | shasum -a 256