Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV8326.
"De uitlevering zal geen plaats vinden, tenzij er voldoende bewijs bestaat, volgens de wetten van den Staat, aan welken de uitlevering is aangevraagd, hetzij om eene verwijzing naar de openbare terechtzitting te rechtvaardigen, indien het misdrijf zou zijn gepleegd binnen het grondgebied van bedoelden Staat, hetzij om de zekerheid te verschaffen dat de aangehoudene dezelfde persoon is, die door de rechtbank van den Staat, welke de aanvrage doet, veroordeeld is, en dat het misdrijf, ter zake waarvan hij is veroordeeld, behoort tot de zoodanige waarvoor, op het tijdstip van die veroordeeling, uitlevering had kunnen worden toegestaan door den Staat, aan welken de uitlevering is aangevraagd. De voortvluchtige misdadiger zal niet worden uitgeleverd, alvorens de termijn van vijftien dagen is verstreken sedert den dag dat hij in afwachting van zijne uitlevering in bewaring is gesteld."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562, en de alinea staat in dat document op bytes 19465 tot 20369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562 | shasum -a 256