Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV8326.

15. De Rechtbank heeft ten aanzien van de genoegzaamheid van de stukken overwogen dat zich daarbij bevindt een afschrift van de toepasselijke wetsbepalingen en de overige noodzakelijke gegevens met betrekking tot de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht, alsmede geoordeeld dat de stukken voldoen aan de eisen van art. 18 van de Uitleveringswet. In die overwegingen kan bezwaarlijk geacht worden besloten te liggen het oordeel van de Rechtbank dat aan de bijzondere eis van art. 13 van het Verdrag, dat voldoende bewijs moet bestaan om een verwijzing naar de openbare terechtzitting te rechtvaardigen, is voldaan. Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden bevindt zich echter een "International letter rogatory", waarin een uiteenzetting is gegeven van de feiten ten aanzien waarvan de autoriteiten van de verzoekende staat verdenkingen jegens de opgeëiste persoon koesteren, alsmede de specifieke gedragingen waarvan zij bewijzen hebben. Voorts is bij de stukken gevoegd een "Summary of evidence of suspect [de opgeëiste persoon]", waarin een uitvoerige uiteenzetting is te lezen van de tot dan toe verrichte opsporingshandelingen en aldus vergaarde bewijzen aangaande de betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562, en de alinea staat in dat document op bytes 20407 tot 21704.