Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV8326.
26. Door het gebruik van de term ne bis in idem lijkt de raadsman te hebben gedoeld op de in art. 9, eerste lid onder c of d bedoelde excepties. De overweging van de Rechtbank dat geen sprake is van een dergelijke onherroepelijke veroordeling in Nederland ziet daar ook op. Gelet op hetgeen de raadsman heeft aangevoerd meen ik dat hij de exceptie van de lopende vervolging, als bedoeld in art. 9, eerste lid onder a, op het oog heeft. De Rechtbank heeft te dien aanzien overwogen dat het uitleveringsverzoek betrekking heeft op cocaïne die in Kenia is aangetroffen en dat de vervolging van de opgeëiste persoon die hier te lande plaats vindt betrekking heeft op cocaïne die - kort gezegd - hier zou zijn ingevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562, en de alinea staat in dat document op bytes 30362 tot 31094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562 | shasum -a 256