Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV8326.
35. Uit het verslag blijkt voorts dat in de thans geldende Grondwet van de verzoekende Staat onvoldoende fundamentele waarborgen tegen schending van de mensenrechten zijn neergelegd. Verder is de Republiek Kenia op 23 maart 1976 weliswaar partij geworden bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en is het land uit dien hoofde verplicht de naleving van de in dat Verdrag neergelegde rechten te garanderen, maar het heeft het in art. 41 van dat Verdrag bedoelde individuele klachtrecht niet aanvaard.(6) Daar komt nog bij, zoals Smeulers(7) opmerkt, dat de waarde van de ratificatie van een dergelijk verdrag, en ook de erkenning van het individuele klachtrecht betrekkelijk is, alleen al gelet op het feit dat bijvoorbeeld het IVBPR geen 'instapeisen' kent, minimumvereisten waar staten aan moeten voldoen om tot het verdrag toe te treden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562, en de alinea staat in dat document op bytes 41332 tot 42216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dff3a4e4125f95818a39c4f2babb9b8a7728b0c16c0b3d1f879166eb54745562 | shasum -a 256