Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006

Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9378.

"Het NJCM concludeert dat artikel 5 van het wetsvoorstel in strijd is met artikel 13 van het EVRM, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, aangezien in artikel 5 niet tot uitdrukking is gebracht dat er een recht bestaat op toegang tot de rechter, die de rechtmatigheid van de onteigening kan toetsen. Ik deel die zorg niet. Ondanks het feit dat dit niet in de wettekst tot uitdrukking wordt gebracht, bestaat er namelijk wel degelijk toegang tot de rechter. De burgerlijke rechter is immers ingevolge zijn restbevoegdheid, die gebaseerd is op artikel 112 van de Grondwet, door de uitsluiting van de administratieve rechtspraak bevoegd om te oordelen over de rechtmatigheid van een last tot inbezitneming. Dit sluit aan bij de algemene regeling waarbij de rechtspraak inzake onteigeningen is toebedeeld aan de burgerlijke rechter. Het argument dat dit niet deugdelijk in de tekst van het artikel tot uitdrukking komt, overtuigt mij er geenszins van dat dit in strijd is met het EVRM. De zaak is volstrekt juist geregeld."(72).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab59eb8a002acbf385b4fe6a28223c0fd0b2b757633db58128aa746b68019316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab59eb8a002acbf385b4fe6a28223c0fd0b2b757633db58128aa746b68019316, en de alinea staat in dat document op bytes 71915 tot 72978.