Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9378.

Ook de mate van toetsingsmogelijkheden door de rechter geeft hiertoe geen aanleiding. Anders dan de last tot ogenblikkelijke inbezitneming op grond van Titel III van de Onteigeningswet, kan de last tot inbezitneming op grond van de Dgr alleen worden gegeven ten aanzien van die onroerende zaken die in een door Gedeputeerde Staten vastgesteld[e] plan met toelichting zijn aangewezen en voordat zo'n plan wordt vastgesteld, wordt de openbare voorbereidingsprocedure als geregeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gevoerd (artikel 4, vierde lid, Dgr) en nadat zo'n plan is vastgesteld, kan iedere belanghebbende daartegen (en tegen aanwijzing van een onroerende zaak) beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (artikel 6 Dgr).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab59eb8a002acbf385b4fe6a28223c0fd0b2b757633db58128aa746b68019316. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab59eb8a002acbf385b4fe6a28223c0fd0b2b757633db58128aa746b68019316, en de alinea staat in dat document op bytes 18247 tot 19034.