Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1571.
1.5. De redengeving omvat de volgende stappen. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de man op grond van de samenlevingsovereenkomst verplicht is de overwaarde van de woning met de vrouw te delen. De rechtbank stelde vast dat de tekst van de samenlevingsovereenkomst niet eenduidig is, zodat de vraag resteert of op grond van de overige omstandigheden van het geval moet worden geconcludeerd dat de man daartoe gehouden is. Het feit dat de vrouw erkent dat de woning inclusief grond in goederenrechtelijke zin aan de man toebehoort neemt volgens de rechtbank niet weg dat op grond van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding een verplichting tot verrekening kan bestaan (rov. 3.15 - 3.16 Rb). De rechtbank was van oordeel dat de vrouw haar stelling dat op de man een verplichting tot verrekening rust voldoende heeft onderbouwd. De vrouw heeft gemotiveerd aangegeven welke de redenen zijn geweest om de woning formeel op naam van de man te zetten (rov. 3.17 Rb). Hetgeen de vrouw over de partijbedoeling heeft gesteld wordt ondersteund door het feit dat beide partijen hoofdelijk aansprakelijk waren voor de hypothecaire geldlening. Ook hechtte de rechtbank betekenis aan het feit dat de vrouw investeringen in de woning heeft gedaan en tot de overdracht in september 2001 in de woning heeft verbleven (rov. 3.18 - 3.19 Rb). De tegenwerping van de man dat in art. 6 van de samenwoningsovereenkomst is opgenomen dat de vrouw bij vervreemding van de woning haar inbreng van f 50.000,- zou terugontvangen, betekent volgens de rechtbank niet dat tussen partijen niet (tevens) de afspraak zou kunnen bestaan dat zij in gelijke mate zouden profiteren van een eventuele overwaarde (rov. 3.20 Rb). De rechtbank kwam tot de slotsom dat op grond van een al dan niet stilzwijgend tussen partijen totstandgekomen verrekenovereenkomst de bij de vervreemding van de woning gerealiseerde overwaarde gelijkelijk tussen partijen dient te worden gedeeld. Ten overvloede voegde de rechtbank hieraan toe dat, op grond van het voorgaande, ook de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de man de overwaarde met de vrouw deelt (rov. 3.21 - 3.22 Rb).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f, en de alinea staat in dat document op bytes 10325 tot 12486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f | shasum -a 256