Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1571.

1.8. Het hof heeft in rov. 4.3 de grondslagen van de vordering samengevat als volgt: primair heeft de vrouw gevorderd haar vorderingsrechten te laten vaststellen op basis van art. 3:185 BW. Subsidiair, voor het geval de rechter aanneemt dat de woning en de grond geen gemeenschappelijke eigendom zijn, heeft zij gevorderd haar vorderingsrechten te baseren op de redelijkheid en billijkheid, respectievelijk op onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. Uiterst subsidiair heeft zij teruggave gevorderd van de nominaal door haar geïnvesteerde bedragen. De indeling van het arrest hangt hiermee samen. De primaire grondslag is verworpen in rov. 4.7. De subsidiaire grondslag is verworpen in rov. 4.11 v.w.b. het beroep op redelijkheid en billijkheid, in rov. 4.10 (in cassatie onbestreden) v.w.b. de grondslagen onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking en in rov. 4.12 - 4.13 v.w.b. de grondslag onverschuldigde betaling. Aan de uiterst subsidiaire grondslag kwam het hof niet meer toe omdat het nominaal verschuldigde bedrag inmiddels door de man aan de vrouw is voldaan (rov. 4.15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f, en de alinea staat in dat document op bytes 13318 tot 14461.