Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1571.

2.11. Het hof is veronderstellenderwijs uitgegaan van een analogische toepassing van de maatstaf van het arrest Kriek/Smit op de rechtsverhouding tussen partijen, ook al waren zij niet gehuwd(12). Het hof heeft klaarblijkelijk aangenomen dat de vrouw de gestelde bedragen in de woning heeft geïnvesteerd, maar niet de hypotheekrente heeft betaald. Over de waardevermeerdering van de woning als zodanig bestaat in dit geding weinig discussie(13). Volgens het hof is hier geen sprake van een onvoorziene aanzienlijke waardestijging waardoor het evenwicht tussen de vordering van de vrouw tot terugbetaling van de destijds verschafte geldsom en het uitzonderlijk resultaat van de belegging daarvan, dat aan de man ten goede is gekomen, geheel zou zijn verbroken. Ofschoon niet helemaal duidelijk is of voor het hof de nadruk heeft gelegen op het element `onvoorzien' dan wel op het element `aanzienlijk', het gaat in beide gevallen om een oordeel dat te zeer verweven is met de waardering van de feiten om in een cassatieprocedure op juistheid te kunnen worden getoetst. Onbegrijpelijk is het oordeel niet; de door het hof opgegeven reden kan de beslissing dragen. De tweede klacht van het middelonderdeel gaat m.i. niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f, en de alinea staat in dat document op bytes 24850 tot 26085.