Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1571.

2.14. De eerstgenoemde stelling(16) behoefde in het verband van de grondslag `onverschuldigde betaling' geen bespreking: niet gesteld is dat de bank een gedeelte van de hypotheekschuld op de vrouw heeft verhaald. De laatstgenoemde stelling leidt niet tot cassatie omdat het hof in rov. 4.13 uitdrukkelijk is ingegaan op die stelling van de vrouw, welke door de man werd betwist. Het hof heeft overwogen dat de feitelijke juistheid van deze stelling niet is komen vast te staan, waarbij het hof niet alleen is ingegaan op de bewijsstukken waarmee de vrouw deze stelling heeft willen onderbouwen, maar (in rov. 4.14) ook op haar desbetreffende bewijsaanbod. Deze klacht over het passeren van essentiële stellingen faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f, en de alinea staat in dat document op bytes 27997 tot 28738.