Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1571.
2.15. Volgens het middelonderdeel dient de door de vrouw voor de man verrichte betaling voor de verkrijging van de grond "niet geïsoleerd aangemerkt te worden als onverschuldigde betaling in de zin van lid 2 van artikel 6:203 maar mede in de zin van leden 1 en 3 van dat artikel (het geven van een goed en een andere prestatie)". Voor zover met deze klacht is bedoeld dat de vrouw aan de man een goed heeft gegeven, te weten de grond, faalt de klacht bij gebreke van feitelijke grondslag. Voor zover met deze klacht is bedoeld dat de vrouw aan de man een prestatie van andere aard dan betaling van een geldsom heeft gegeven, maakt het middel niet duidelijk welke prestatie de vrouw hier op het oog heeft. De slotsom is dat onderdeel C geen doel treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f, en de alinea staat in dat document op bytes 28758 tot 29523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af583b9562b1d79acfcd4e64ab8287c4c00d389004fe2473048a677aaf46b21f | shasum -a 256