Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX1647.

7 Binnen de cassatietermijn van acht dagen van art. 292 lid 4 F. Uit het dossier blijkt van contacten tussen de griffie van de Hoge Raad en de advocaat van [verzoeker] over de vraag of het ingediende verzoek door een daartoe bevoegde advocaat was getekend. Die contacten zijn erin uitgemond dat een nader getekend exemplaar is ingediend. Dat laatste is, zo te zien, veel later gebeurd dan in de rechtspraak op dat stuk als aanvaardbaar is aangemerkt (zie bijvoorbeeld HR 16 december 2005, RvdW 2006, 2, rov. 3.2); maar ik denk dat dit punt kan blijven rusten, omdat het oorspronkelijke verzoekschrift weliswaar niet was getekend door de daarin vermelde advocaat, maar wel was getekend door diens kantoorgenoot mr. M.C. Udink. Deze is, naar bij navraag is gebleken, advocaat bij de Hoge Raad. Aan het voorschrift van art. 426a Rv. was dus van meet af aan voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb686eea2fab3cf5bec1718b524ec0b09404eda36407df73ce10d5d4fd2a0e44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb686eea2fab3cf5bec1718b524ec0b09404eda36407df73ce10d5d4fd2a0e44, en de alinea staat in dat document op bytes 23359 tot 24234.