Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 december 2006

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 22 december 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX2044.

Nu het mogelijk is dat bepaalde gemeubileerde woningen voor de forensenbelasting niet onroerend zijn [bedoeld zal zijn: nu het mogelijk is dat bepaalde gemeubileerde woningen niet onroerend zijn; RN], moet daarvoor een aparte bepaling worden opgenomen. Deze heeft een plaats gekregen in het derde lid. Overigens kunnen gemeenten vanaf de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen (1 januari 1995) ook belastingen heffen op roerende woon- en bedrijfsruimte (art. 221 van de Gemeentewet). Ook bij deze belastingen is de heffingsmaatstaf de waarde. Heft de gemeente deze belastingen dan wordt ook voor (een deel van) de roerende gemeubileerde woningen een heffingsmaatstaf vastgesteld. De leden 1 en 2 van mogelijkheid 3 [bedoeld zal zijn mogelijkheid 2; RN] kunnen dan na 'onroerende-zaakbelastingen' worden aangevuld met 'of belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/280fe3cfa0dd5c5745f6b2d989aa3c5ba5aa51b21e530e374be34670daf6caf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 280fe3cfa0dd5c5745f6b2d989aa3c5ba5aa51b21e530e374be34670daf6caf3, en de alinea staat in dat document op bytes 16438 tot 17342.