Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3069.

53) Aan de hand van deze beschouwingen dringt zich enigszins op, dat men er niet gemakkelijk toe zal komen om gevallen waarin individuele exemplaren van wegwerp-productverpakkingen worden "aangetast", te rangschikken onder de in art. 25 onder d Aw bedoelde inbreuken op het persoonlijkheidsrecht van de maker. Die maker heeft deze schepping immers ontworpen en bestemd om tenslotte - in ontelbare exemplaren - te worden opengetrokken en, gewoonlijk na (zeer) kortstondig gebruik, te worden weggegooid (en daarna dus gewoonlijk: te worden vernietigd). De gedachte dat (veel) geringere aantastingen in een iets eerder stadium, dan tóch zouden kunnen gelden als auteursrechtelijk relevante aantasting van het persoonlijkheidsrecht, doet dan gewrongen aan. Men kan er alle begrip voor hebben dat zulke aantastingen de commerciële belangen van de producent van het verpakte artikel kunnen ondergraven en het luxe imago dat deze aan zijn producten wil meegeven kunnen beschadigen - maar de gedachte dat de auteur door deze aantastingen in zijn persoonlijkheidsrechten zou worden gekrenkt (en tegelijk het - even later - open scheuren van "zijn" verpakking door de gebruiker met gelijkmoedigheid zou moeten (en willen) aanvaarden), heeft iets onwaarachtigs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36bc1d06db7592bb172bd267521e4312018a5c9a205efed4bf8585c6a4bf1ae3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36bc1d06db7592bb172bd267521e4312018a5c9a205efed4bf8585c6a4bf1ae3, en de alinea staat in dat document op bytes 75688 tot 76953.