Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3069.

Dit argument stuit erop af dat het hof juist met zijn overweging dat geen afdoende controle op de nakoming van Kruidvats afspraken met haar toeleveranciers mogelijk is, tot uitdrukking heeft gebracht dat naar het oordeel van het hof rekening is te houden met de (reële) kans dat die toeleveranciers het afgesprokene niet steeds zullen nakomen (of, eventueel, zelf het slachtoffer zullen blijken te zijn geworden van minder bona fide vóórleveranciers). Het bestaan van loutere niet deugdelijk controleerbare afspraken met niet nader geïdentificeerde leveranciers (in combinatie met het feit dat in het verleden is gebleken dat er producten werden verhandeld die niet met deugdelijke toestemming van de merkhouders in het verkeer waren gebracht) kán grond opleveren om aan te nemen, dat gevreesd moet worden voor toekomstig onrechtmatig handelen (ik verwijs weer naar het illustratieve geval dat ik in voetnoot 15 noemde). Het gaat hier om een weging van feitelijke omstandigheden, waarover men in cassatie geen oordeel kan vragen. Onbegrijpelijk is de uitkomst van de weging die het hof gemaakt heeft, zeker niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36bc1d06db7592bb172bd267521e4312018a5c9a205efed4bf8585c6a4bf1ae3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36bc1d06db7592bb172bd267521e4312018a5c9a205efed4bf8585c6a4bf1ae3, en de alinea staat in dat document op bytes 22026 tot 23156.