Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.

4. Westereems heeft de vordering bestreden en daartoe onder meer aangevoerd - kort gezegd - dat het Zweedse fonds niet in overeenstemming met art. 11 van het Verdrag van Londen is gevormd, nu Westereems door het instellen van de procedure tegen B&N en Northsea voor de rechtbank Groningen een rechtsgeding als bedoeld in art. 11 aanhangig heeft gemaakt, ruim voorafgaand aan de vorming van het beperkingsfonds in Zweden, zodat de Zweedse arbitrageprocedure niet kan worden gezien als een rechtsgeding in de zin van art. 11 en art. 13 toepassing mist. De EEX-Verordening is volgens Westereems niet toepasselijk aangezien het Verdrag van Londen, dat in art. 11 een bijzondere jurisdictiebepaling bevat, derogeert aan de verordening. Bovendien kan, ook indien toepasselijkheid van de EEX-Verordening zou moeten worden aangenomen, de Zweedse beperkingsbeslissing niet onder de verordening worden erkend, omdat zij "ex parte" is genomen, aldus Westereems.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 10589 tot 11556.