Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX3080.
11. Bij de beoordeling van deze vraag dient vooropgesteld te worden dat het Verdrag van Londen, hoewel de regeling van art. 13 erkenning van de beslissing van de fondsrechter veronderstelt (vgl. D. Sinkus, Die grenzüberschreitende Haftungsbeschränkung des Reeders, 1995, blz. 45-49), geen regeling kent inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van onder dit verdrag gegeven beslissingen. Zie de conclusie P-G onder 12 voor HR 20 december 1996, NJ 1998, 489 nt. M.H. Claringboult. De vraag onder welke voorwaarde en in welke omvang de beslissing van de Zweedse fondsrechter hier te lande voor erkenning in aanmerking komt, dient derhalve beoordeeld te worden aan de hand van bestaande regelingen van internationaal privaatrecht inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen. In de onderhavige zaak komt daarvoor de erkennings- en tenuitvoerleggingsregeling van de EEX-Verordening in aanmerking, nu de beslissing gegeven is door de rechter van een EU-lidstaat waarvoor de verordening van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6, en de alinea staat in dat document op bytes 16947 tot 17985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d071e8559f766311633b20397766caa0f2959230aff42d13c335adcee240ff6 | shasum -a 256